Het bruggenrijke Oudendijk ligt in de vogelrijke Polder Beetskoog. De polder is van oorsprong een stuk buitendijks land tussen West-Friesland en de Zeevang, is in de middeleeuwen bedijkt om de brede uitwatering van de Beemster in de Zuiderzee te vernauwen.
Vanuit het wandelcafe "Les Deux Ponts" start ik mijn wandetocht. Een wandelcafe in deze omgeving is heel verrassend. Je zou eigenlijk niet denken dat hier veel te wandelen is, maar er blijkt in Oudendijk sprake te zijn van een knooppunt van routes. Op een mooie dag in maart loop ik langs de populieren een heel eind over het graspad op de dijk van de Beemster. Beneden links de diepe droogmakerij met grote percelen, rechts de oude polders met oud grasland en veel water.
Oudendijk is een dorp en dijk in de gemeente Koggenland in de Nederlandse provincie Noord-Holland. Het dorp heeft 435 inwoners (1 januari 2023), ligt halverwege Hoorn en Purmerend en maakt deel uit van de Westfriese Omringdijk. Oudendijk is daarmee het zuidelijkste dorp van West-Friesland.
INDEX
1. Fuut
2. Bergeend
3.Scholekster
4. Wintertaling (vrouw)
5. Spreeuw
6. Grutto
7. Kemphaan
8. Koolmees
1. (8 maart 2025) Fuut: De fuut is een vreemde vogel. De vogel heeft bijna geen staart. Bovendien vliegt de fuut bijna nooit behalve als hij in nood is of moet ruien. De fuut sluit bovendien op een heel bijzondere manier een verbintenis met zijn of haar partner. Als de vrouwtjesfuut van het mannetje een visje krijgt en dat aanneemt, zijn ze “getrouwd’. De fuut werd jarenlang bedreigd door de mens. Dit kwam omdat de mensen in de jaren ‘30 en ’40 van de vorige eeuw de nesten van de fuut leeghaalden. Vooral schippers verdienden daar een leuk zakcentje mee. Want de beroepsvissers die op witvis visten verkochten de 3 tot 5 eieren per nest en verdienden daar wat extra’s mee. Overigens zijn de eieren van de fuut klein, ongeveer zoals het ei van een krielkip. Ook de nesten van de meerkoet moesten het tijdens de crisisjaren overigens ontgelden. Zij werden ook vaak geplunderd, maar in de nesten van de meerkoet lagen vaak wel 12 grote eieren die bovendien nog erg lekker waren ook.
De fuut en de meerkoet leggen twee keer per jaar hun eieren om zo te zorgen voor nageslacht. Omdat de vogels tegenwoordig beschermd zijn, komen er steeds meer futen en meerkoeten bij. Maar ook het schone water overal zorgt ervoor dat de fuut en de meerkoet het erg goed doen. Omdat water overal gereinigd wordt, zijn de vogels zijn in stadsgrachten te vinden.
De fuut is wat een vreemde vogel. Zo heeft hij bijna geen staart. Bovendien vliegt de fuut bijna nooit, tenzij er acuut gevaar dreigt. Overigens geldt dat ook voor de meerkoet. Beide kunnen overigens wel goed vliegen. Als ze in de rui gaan, trekken ze in grote groepen naar de IJsselmeerkust om hun verenpak uit te trekken en een nieuwe jas aan te trekken. Ook vertrekt een deel van de futen uit Nederland in de winter naar Zwitserland en Frankrijk. De fuut is niet een mooie nestbouwer. Hij bouwt een nest van oude waterplanten tussen het riet, maar het is meer een bouwval dan een prachtige vesting voor het nageslacht. Bij de meerkoet is dat een heel ander verhaal. Deze watervogel bouwt heel solide huizen voor het nageslacht. Voordeel daarvan is ook dat die bouwwerken stevige stormen kunnen doorstaan.
De eieren van de fuut worden in 4 weken uitgebroed. Dan komen de jongen uit de dop. Het zijn nestvlieders en dat betekent dat ze meteen na hun geboorte al donsveren hebben het water al op kunnen. Toch neemt de futenmoeder de jongen de eerste weken wel mee op de rug. ’s Avonds gaan de jonge fuutjes onder de vleugels van moeder om terug te keren naar het nest. Opvallend aan jonge futen is dat ze strepen over hun rug hebben lopen in de lengterichting. Dit is hun bescherming tegen roofvogels. De blauwe kiekendief is namelijk gek op jonge futenkuikentjes. Maar de kiekendief houdt ook wel van een volwassen fuut. Van meerkoeten houdt de blauwe kiekendief overigens nog veel meer.
2. ( 8 maart 2025) Bergeend: De bergeend is een algemeen voorkomende bont gekleurde eend die groter is dan de gemiddelde eend, maar kleiner dan ganzen. Bergeenden zijn holenbroeders die hun nest vaak bouwen in een verlaten konijnenhol of een holle boom.
In Nederland komt de bergeend vooral langs de kust voor, maar ook in het binnenland, waar water is, kun je ze tegenkomen. Tijdens koude winters trekt een deel weg naar Engeland en Frankrijk, maar er overwinteren bij ons ook Bergeenden uit Noord-Europa. Het menu van de bergeend bestaat grotendeels uit kleinere ongewervelde dieren, zoals wormen, schelpdieren, garnalen, insecten en slakken. Ze eten daarnaast ook plantaardig materiaal. Bergeenden staan vaak op hun kop in het water. Dit om planten en ongewervelden te zoeken die in de modder leven.
De zwarte hals en kop en de rode snavel zijn duidelijke kenmerken van de bergeend. Het verenkleed is in de basis wit en voorzien van bruine en zwarte delen. Daarbij loopt er, net voor de vleugels, een oranjebruine band over het lichaam. Het mannetje heeft, tijdens het broedseizoen, een knobbel aan de bovenzijde van de snavel. Daarbij is het mannetje wat groter en sterker gekleurd dan het vrouwtje.
Vergezeld van een kudde schapen wandel ik verder over een stil polderweggetjer langs een paar mooie stolpboerderijen. Aan de andere kant van de Beemster lopen we weer de dijk op en dan ligt Oudendijk al weer in het verschiet.
3. (5 augustus 2025) Scholekster: Deze vogel heeft een zwart-wit verenkleed, een oranje snavel en oranje poten. Rondom de ogen heeft hij een oranje ring. Het verenkleed is bij beide geslachten gelijk. De lichaamslengte bedraagt 40 tot 45 cm en het gewicht 400 tot 800 gram.Het is een trekvogel. Onder vogelaars heet de vogel ook wel bonte piet.
De scholekster is bekend vanwege zijn verdediging van het nest. Wanneer een roofdier het nest nadert, doet de scholekster zich voor alsof hij kreupel is om de belagers van het nest weg te lokken. Eenmaal op enige afstand van het nest vliegt hij weg. Naar het verband tussen territoriumgedrag en broedsucces van de scholekster is onderzoek gedaan door de Rijksuniversiteit Groningen. Het broedsucces bleek sterk te worden beïnvloed door de keuze (in de praktijk door de verovering) van een geschikte broedplaats. Scholeksters zijn bijzonder gehecht aan hun territorium, zo zeer zelfs dat ze de broedplek trouw blijven als deze door veranderde omstandigheden minder gunstig is geworden. De beste broedplekken worden bezet gehouden door reeds succesvolle paren. Daarbij komt dat scholeksters makkelijk 30 jaar oud kunnen worden; in Nederland werd een exemplaar aangetroffen van 46 jaar oud.
De broedtijd loopt van half april tot in juli. De scholekster legt meestal drie, soms vier eieren in een nest, gemaakt in een ondiep kuiltje. De eieren zijn gemiddeld 40 x 57 mm groot. Meestal broedt de scholekster op grasland, maar ook op bouwland worden wel nesten aangetroffen. Ook worden nesten gemaakt op met grind bedekte platte daken van (hoge) gebouwen, waar geen gevaar dreigt van grondpredatoren alsvos en hermelijn. De eieren komen uit na 25 à 27 dagen broeden. De jongen worden dan nog een poosje gevoerd door de ouders, in tegenstelling tot bij de meeste andere weidevogels.
Het voedsel van de scholekster bestaat uit schelpdieren, wormen en krabben. Bij schelpdieren wordt, voordat de schelp kan dichtslaan, eerst de sluitspier doorgeknipt, waarna de prooi wordt opgegeten. Na een mislukte poging wordt geprobeerd op een harde ondergrond de schelp open te hameren.
Middelpolder
4. (25 augustus 2025) Wintertaling: De Wintertaling is één van de kleinste eenden soorten van Europa. Op volwassen leeftijd word deze eend ongeveer 35 cm groot. In Nederland komt de wintertaling het gehele jaar voor. Er is een duidelijke verschil te herkennen tussen het mannetje en het vrouwtje. Het mannetje is bruin van kleur en heeft een groene kop. Het vrouwtje is geheel bruin van kleur met op haar rug een donker patroon en is daardoor makkelijk te verwarren met de Zomertaling. De Wintertaling staat op de rode lijst van meest bedreigde vogelsoorten van Nederland, er zijn ongeveer 2.500 broedparen.
De Wintertaling zoekt zijn voedsel vooral onder water. Hij duikt met zijn kop onderwater en zoeken op de bodem hun voedsel en eet al het plantaardige voedsel. De wintertaling eet ook ongewervelde dieren.
Er wordt tussen April en Juni door het vrouwtje ongeveer 6 á 12 eieren gelegd. Ze worden alleen door het vrouwtje uitgebroed, nadat de jonge wintertalingen zijn geboren verzorgd het vrouwtje zelf de jonge Wintertalingen. Het duurt ongeveer 21 á 25 voordat de eieren uitkomen.
De wintertaling geeft de voorkeur aan ondiepe, rustige, waterrijke gebieden met een welige begroeiing van de oevers.
In de noordelijke helft van Europa een verspreid voorkomende broedvogel. In Nederland een standvogel of trekkend naar Engeland en Frankrijk. Het aantal wintertalingen in Nederland loopt terug. Ze staan op de rode lijst.
Wintertalingen worden gemiddeld zo’n drie jaar oud.
Oostelijk van Alkmaar, verborgen tussen de grote polders Beemster en Schermer, ligt de mooie polder Mijzen. De weiden van deze eeuwenoude polder zijn geliefd bij grutto’s, tureluurs, kieviten en andere weidevogels. Ongetwijfeld vanwege het waterrijke, open landschap van kleine graslandjes met talrijke slootjes, het pas laat in het voorjaar maaien van het gras, en de hier nog heersende rust. Vooral in het hart van de polder, waar je alleen met een bootje kan komen, broeden elk jaar veel weidevogels. In polder Mijzen ligt ook het Lage Landje, een ruig moeraslandje. Hier hoor en zie je de rietzanger, kleine karekiet, bosrietzanger en bruine kiekendief. Het Lage Landje is ook waardevol als onderdeel van toekomstige natuurverbindingen.
Polder Mijzen is een kenmerkend Hollands landschap met bijzondere planten en dieren, recreatiemogelijkheden en boerenbedrijven. Om in de toekomst ook te kunnen blijven genieten van dit gebied, is de provincie Noord-Holland samen met betrokkenen een gebiedsproces gestart. In dit gebiedsproces worden de verschillende landelijke en provinciale (wettelijke) opgaven opgepakt die er voor polder Mijzen zijn op het gebied van natuur, landbouw, water en bodemdaling, klimaat, recreatie en landschap. Het doel is om uiteindelijk een gezonde en toekomstbestendige polder te creëren voor iedereen.
De Mijzenpolder is een schitterende, ongerepte veenweide polder in Noord-Holland, gelegen tussen Heerhugowaard, Koggenland, Schermer, Beemster en Graft de Rijp. Er loopt één weggetje de polder in, de Vrouwenweg, naar de plaats waar vroeger een kerkje stond. Verder is het hart van de polder alleen per boot toegankelijk, maar een wandeling of een fietstochtje over of langs de ringdijk (12 kilometer) levert een grandioos overzicht van de polder de Mijzen.
5. (25 augustus 2025):De spreeuw is een middelgrote zangvogel en is een opvallende vogel door zijn glanzende zwartblauwe verenkleed met witte spikkels. Spreeuwen hebben een typische vlucht met snelle vleugelslagen en glijpauzes.
De spreeuw heeft een opvallend uiterlijk met zijn zwarte verenkleed dat een metaalachtige glans heeft en witte spikkels heeft over het hele lichaam. De snavel van de spreeuw is kort en puntig. In de winterperiode verandert het verenkleed naar een donkerbruine kleur. Mannetjes en vrouwtjes zien er hetzelfde uit.
Spreeuwen zijn sociale vogels die vaak in grote groepen leven. Ze zijn goed in het imiteren van andere vogelgeluiden en kunnen zelfs geluiden van machines en telefoons nabootsen. In de herfst en winterperiode vormen spreeuwen grote zwermen waarbij duizenden vogels in patronen door de lucht vliegen. Spreeuwen zijn niet kieskeurig als het gaat om hun broedplaats, ze maken vaak gebruik van nestkasten, bomen en gebouwen.
Het dieet van de spreeuw bestaat uit insecten, larven, wormen, slakken, zaden en bessen. Spreeuwen zijn omnivoren en eten ook afval en voedselresten van mensen. De broedperiode loopt voor deze vogelsoort van maart tot augustus en ze leggen 4 tot 6 eieren per keer. Beide ouders broeden de eieren uit en voeden de jongen. Na ongeveer 3 weken komen de eieren uit en na ongeveer 3 weken verlaten de jongen het nest.
De spreeuw is een veelvoorkomende vogel in Europa, Azië en Noord-Amerika. In de winterperiode trekken spreeuwen naar het zuiden van Europa en Afrika. Spreeuwen leven in verschillende habitats, waaronder bossen, graslanden, parken, stedelijke gebieden en kustgebieden. Ze maken hun nesten in bomen, struiken en nestkasten.
6. (25 augustus 2025) Grutto: De grutto is een beschermde inheemse vogel die helaas snel verdwijnt. Deze vogel is niet enkel mooi en elegant, maar kan bijvoorbeeld ook tot wel 15 jaar oud worden.
Op de foto de Grutto omringd door tureluurs.
12.000 km kan een grutto (Limosa limosa) probleemloos in één keer overbruggen zonder een tussenstop. Vanaf februari arriveert de grutto vanuit warmere oorden zoals Senegal en Guinee-Bisseau in Nederland.
85 procent van de totale wereldpopulatie broedt in Nederland en het polderlandschap is dan ook onmisbaar voor het voortbestaan van grutto’s.
60 jaar geleden telde Nederland nog zo’n 120.000 paartjes. Inmiddels is dat aantal afgenomen tot 30.000. Door deze ernstige achteruitgang is de grutto op de Rode Lijst van Nederlandse broedvogels beland.
3 tot 4 eieren bevat een gruttonest en na ongeveer 25 dagen zijn de eieren uitgebroed. Drie weken hebben de jonge vogeltjes nodig om te leren vliegen. Ze worden dan ook snel onafhankelijk van hun ouders.
37 tot 42 cm groot en een spanwijdte van 63 tot 74 cm, dat is de gemiddelde afmeting van een grutto. Het is een grote steltloper met een slank lichaam. De vleugels zijn lang en spits en de vogel is makkelijk te herkennen aan de zwarte staart.
7. (25 augustus 2025) Kemphaan: De kemphaan is een middelgrote steltloper met een zeer opvallend verenkleed. In het voorjaar zijn de mannetjes op hun kleurrijkst, met een opvallende kraag en oorpluimen. De vrouwtjes hebben een iets minder opvallend uiterlijk en zijn licht- of donkerbruin met oranje poten.
De kemphaan is een steltloper met een lange nek. Mannetjes en vrouwtjes verschillen heel sterk. Het mannetje is ongeveer 30 cm lang, het vrouwtje 24 cm, dus een stuk kleiner. Het mannetje heeft in het broedkleed een kleurrijke kraag en kuif. De kleuren van deze kraag en kuif verschillen onderling: egaal van kleur of gebandeerd met kleuren tussen zwart, roodbruin, oranje of wit.
De kemphaan staat bekend om zijn indrukwekkende voortplantingsritueel, met heuse balts arena’s. De mannetjes voeren op de toernooiveldjes schijngevechten uit om de gunst van de vrouwtjes te winnen. Hierbij hebben de mannetjes drie opmerkelijke strategieën: we onderscheiden honkmannen, satellietmannen. Op de arena proberen de donkerder gekleurde honkmannen een eigen ‘honk’ te veroveren, dat lukt niet altijd. Maar als het lukt, dan zijn ze vanaf dat honk vaak kansrijk om indruk te maken op de vrouwtjes. De witte satellietmannen veroveren geen eigen honk, maar scharrelen op en rond de arena in de hoop om op een onbewaakt moment stiekem met een vrouwtje te kunnen paren.
Vrouwtjes leggen hun eieren in spaarzaam beklede kuiltjes, slim verborgen in lage vegetatie. De broedtijd valt meestal in mei-juni, waarbij één broedsel met gemiddeld vier eieren wordt gelegd. Na de paring nemen de vrouwtjes de zorg voor het broedsel op zich. De jongen zijn nestvlieders die na 25-28 dagen vliegvlug worden.
Het voedsel bestaat uit insecten en larven van insecten, vooral vliegen en kevers. Buiten het broedseizoen gevarieerder, dan ook kreeftachtigen, wormen, slakjes e.d. In Sahel in de winter ook rijst en granen.
Vroeger was de kemphaan een veelvoorkomende broedvogel in Nederland, maar tegenwoordig zijn er nog maar enkele broedgevallen te vinden. Door de te hoge productiviteit van onze graslanden (het gras groeit te snel door de enorme bemesting), broeden nog maar enkele Kemphennen in alleen de beste weidevogelreservaten. Door de intensivering en het mestoverschot, is zelfs het zoeken naar voedsel nog maar amper mogelijk voor de Kemphaan. Zodoende zijn ook de voorheen grote groepen doortrekkende Kemphanen vrijwel verdwenen, ze hebben hun trekroute verlegd naar Wit-Rusland, waardoor Nederland vaak wordt overgeslagen.
De vogeltrek is over een breed front naar zuidwest, richting tropisch Afrika, vooral van juli-september. Overwintert in zachte winters ook in Nederland. Nederland is als doortrekgebied voor kemphanen in het voorjaar recentelijk sterk in belang afgenomen. De voorjaarstrek door Europa vindt over een oostelijkere route plaats, vooral in april en mei. Trekt met name 's nachts, maar ook wel overdag.
8.(16 november 2025) Koolmees: Een koolmees is misschien klein, maar ze brengen een enorme hoeveelheid energie en vreugde met zich mee. Elke ochtend kunnen we hun vrolijke getjilp horen, terwijl ze behendig van tak naar tak springen. Deze kleine vogels zijn een van de meest voorkomende bezoekers in tuinen, parken en bossen in Nederland. De koolmees is makkelijk te herkennen door zijn opvallende kleuren. Hij heeft een zwarte kop met een witte wangvlek, wat hem direct onderscheidt van veel andere vogels. Zijn rug is olijfgroen, terwijl zijn buik felgeel is met een zwarte streep in het midden. Die streep is bij de mannetjes vaak iets breder dan bij de vrouwtjes, maar daarover later meer. De vleugels van de koolmees zijn blauwgrijs, wat een mooi contrast vormt met de rest van zijn verenkleed.
In Nederland kun je de koolmees het hele jaar door zien. Deze levendige vogel is een standvogel, wat betekent dat hij hier blijft tijdens alle seizoenen en niet wegtrekt naar warmere gebieden in de winter. Of het nu hartje zomer is of een koude winterdag, de koolmees blijft actief en aanwezig in onze tuinen, parken en bossen. Koolmezen zijn vaak te vinden in tuinen met veel groen, waar ze voedsel kunnen vinden en beschutting hebben. Vooral in de lente en zomer zijn ze volop te horen en te zien, wanneer de mannetjes hun gezang laten horen om hun territorium af te bakenen en een partner te vinden.
Hoewel mannetjes en vrouwtjes koolmezen sterk op elkaar lijken, zijn er subtiele verschillen in hun kleuren en gedrag. Bij het mannetje is de zwarte streep op de borst breder en feller gekleurd, terwijl het vrouwtje een iets subtieler uiterlijk heeft. Vrouwtjes koolmezen zijn iets minder fel van kleur dan de mannetjes, wat hen helpt om onopvallender te blijven, vooral wanneer ze op het nest zitten. Hun zachte, gele verenkleed zorgt ervoor dat ze goed camoufleren in hun omgeving. Het vrouwtje speelt een cruciale rol in het broedproces. Ze is verantwoordelijk voor het uitbroeden van de eieren en het beschermen van de jongen zodra ze zijn geboren. Vrouwtjes zijn niet minder actief dan de mannetjes, maar hun voornaamste taak tijdens het broedseizoen is het zorgen voor de veiligheid en warmte van de eieren. Terwijl het mannetje op zoek gaat naar voedsel, blijft het vrouwtje trouw op het nest zitten, zodat de kleintjes veilig kunnen opgroeien. Mannetjes koolmezen zijn vaak feller gekleurd dan hun vrouwelijke tegenhangers. De brede, zwarte streep op hun borst en hun levendige kleuren helpen hen om indruk te maken op potentiële partners. Ze hebben een belangrijke rol in het verdedigen van hun territorium en het zoeken naar voedsel voor hun partner en later voor hun jongen. Tijdens het broedseizoen hoor je het mannetje vaak luid zingen om zijn aanwezigheid en kracht te laten zien. Zijn energieke gedrag en opvallende kleuren helpen hem om andere mannetjes op afstand te houden en een vrouwtje te overtuigen van zijn kwaliteiten als partner.
Maak jouw eigen website met JouwWeb