Deze wandeling laat een stukje tamelijk onbekend Amsterdam zien. Ik begin ineen tuindorp, aangelegd in de jaren twintigvan de voroge eeuw om de groeiende arbeidersbevolking verantwoord te huisvesten. De huisjes zijn klein, maar zeer geliefd.   

Index

1. Halsbandparkiet

2. Vlaamse Gaai

3. Houtduif

4. Gele Kwikstaart

5. Fazant

6. Kleine karekiet

7. Grutto

8. Wulp

9. Witte Kwikstaart

Vervolgens loop ik langs "De Breek", een oude dijkdoorbraak over de Waterlandse zeedijk. De dijk die ervoor zorgde dat Waterland kon worden tot wat het nu is.

 De vroegere Waterlandse dorpen Schellingwoude en Nieuwendam waar ik doorheen wandel zijn in 1921 ingelijfd bij Amsterdam, en nadien ook bijna helemaal in, gesloten door stadsuitbreidingen en de ringweg. Toch is voor een deel de tijd hier stil blijven staan. De dorpen zijn nog echt  dorpen met een kerk met kerkhof, een voormalige school en een dorpshuis. Het stadsdeel Amsterdam-Noord is zuinig op dit stukje historie en doet er veel aan om het in stand te houden.

1. (22 maart 2025) Halsbandparkiet: Halsbandparkieten zijn knalgroene en luidruchtige vogels, afkomstig uit India en Centraal-Afrika. Het gaat in Nederland oorspronkelijk om ontsnapte en losgelaten kooivogels die verwilderd zijn en populaties hebben gevormd. Halsbandparkieten zijn holenbroeders, die ook in nestkasten broeden. Concurrentie met kauwtjes, spechten en uilen om beschikbare broedholten lijkt slechts in geringe mate te spelen. Het broedsucces lijkt vrij laag.

Heldergroen van kleur met donkerdere slagpennen. Mannetjes hebben daarnaast een zwarte kin- en keelvlek en een zwarte lijn over de hals lopen die uitloopt in een oranjeroze halsband op het achterhoofd. Vrouwtjes hebben dat niet en zijn effen. Zeer korte, scherp omlaag gebogen haaksnavel (kleine papegaaiensnavel). Luidruchtig en slaapt in de winter in grote groepen in bomen.

Broedt tussen januari en juni. De halsbandparkiet broedt in los kolonieverband en heeft één legsel per jaar met 3 of 4 eieren (soms 6). Broedduur: 22-24 dagen. Ze broeden in natuurlijke holen in oude platanen of andere loofbomen, ook in spechtenholen. De jongen zitten 49-50 dagen op het nest.

Stadsparken en tuinen zijn in Nederland veruit favoriet. Het nest wordt in een solitaire boom gemaakt, vaak in een oud spechtenhol op flinke hoogte. De halsbandparkiet is in Nederland voor een zeer belangrijk deel afhankelijk van bijvoedering; zonder die hulp zouden ze de voedselschaarste in de winter niet overleven. Daarom komen zij buiten de stedelijke gebieden niet veel voor.

Halsbandparkieten zijn in Nederland standvogels. Vooral buiten het broedseizoen zoeken halsbandparkieten elkaar op in slaapbomen, daar kunnen ze in zeer grote groepen bijeenkomen.

2. (12 maart 2025) Vlaamse gaai: De Vlaamse gaai is een opvallende verschijning in onze bossen. De felblauwe vleugelveren en het nieuwsgierige karakter maken deze vogel een fascinerende soort om te observeren. Het speelse gedrag en de slimme manier waarop hij voedsel verzamelt, zorgen ervoor dat hij een onmisbare rol speelt in de natuur.

Een ander opvallend kenmerk is de stevige, zwarte snavel. Hiermee kraakt hij moeiteloos noten en eikels. Daarnaast heeft hij scherpe klauwen waarmee hij gemakkelijk takken vastgrijpt en voedsel verstopt voor de winter.

De Vlaamse gaai staat bekend als een echte verzamelaar. In de herfst verstopt hijhonderden eikels en noten in de grond om in de winter genoeg te eten te hebben. Veel van deze verstopte eikels worden vergeten, wat zorgt voor de groei van nieuwe eikenbomen. Zo helpt hij onbewust bij het uitbreiden van bossen!

Daarnaast is de Vlaamse gaai een uitstekende imitator. Hij kan de geluiden van andere vogels en zelfs roofdieren nabootsen om vijanden weg te jagen. Zijn slimme manier van communiceren en voedsel verzamelen maken hem een van de meest slimme vogels in onze natuur.

De Vlaamse gaai is een uitgesproken dagvogel. Vooral in de ochtenduren en de late namiddag is hij het meest actief. Tijdens deze momenten zoekt hij intensief naar voedsel en verstopt hij eikels en noten om zich voor te bereiden op de winter. In de herfst is hij druk bezig met het verzamelen van voedsel, terwijl hij in de lente juist meer insecten en kleine diertjes eet. In de koude maanden kun je hem zelfs in tuinen en stadsparken zien, waar hij op zoek gaat naar extra voedselbronnen. ’s Nachts trekt de Vlaamse gaai zich terug in dichte struiken of hoge bomen om te rusten. 

Kerkje in Schellingwoude

Op de Schellingwouderdijk een prachtig uitzicht over het IJ en dan even naar links om de Oranjesluizen te zien. 

Op de Schellingwouderdijk heb ik een mooi uitzicht over het IJ.

De Oranjesluizen markeren sinds 1870 de grens tussen het IJ en het Buiten-IJ. Ze regelen het waterpeil van het Noordzeekanaal en zorgen dat er niet te veel zout water uit het  Noordzeekanaal het IJssemeer in stroomt. De scheepvaart heeft de beschikking over 3 schutsluizen. De grootste sluis van het drietal is de Prins Willem-Alexandersluis, met een afmeting van 200 bij ruim 24 m. om een tekst te typen.

3. (12 maart 2025): De houtduif is de grootste en ook de meest voorkomende duif van Nederland. Hij komt in steden voor in tuinen en parken maar ook in het buitengebied op akkers. Meestal zijn ze op de grond naar voedsel aan het zoeken of zitten ze in een boom luid te koeren. Bij het opvliegen maken ze nogal wat kabaal doordat de vleugels boven en onder het lichaam tegen elkaar klappen.

Grootste duif van ons land. De adulte houtduif heeft een witte vlek in de nek, een brede roze borst en een zeer kenmerkende witte streep op de vleugels, die goed zichtbaar zijn tijdens de vlucht. Door die witte vleugelstreep is de houtduif op grotere afstand gemakkelijk te onderscheiden van de stadsduif en holenduif. Jonge houtduiven missen de witte halsvlek.

De meeste broedvogels in ons land zijn standvogels, maar een klein deel trekt weg richting Frankrijk en Spanje. In de winter komen er in Nederland ook houtduiven bij uit Duitsland en de Scandinavische landen, een deel blijft hier tot in april.

4. (21 mei 2025): De Gele Kwikstaart lijkt het meest op de grote gele kwikstaart maar er zijn duidelijke verschillen. De gele kwikstaart heeft een felgele borst en buik en een olijfgroene rug, maar de relatief korte staart valt het meest op vergeleken bij een grote gele kwikstaart. Ook het leefgebied van de twee verschilt nogal. De gele kwikstaart is echt een vogel van het agrarisch gebied en geeft de voorkeur aan open graslanden, akkers en moerassen. Je zult een gele kwikstaart niet snel op de oever van een snelstromend beekje zien staan. Een gele kwikstaart leeft ook vaker in kleine groepjes en niet zoals grote gele kwikstaarten die vooral in paartjes leven. De gele kwikstaart is een echte zomervogel die in de winter in Afrika overwintert.

Gele kwikstaarten zie je in het voorjaar vaak met een grote groep achter de koeien; die zorgen voor eten, ze vormen dan een mooie symbiose. En als ze dan op het bloeiende koolzaad gaan zitten, is dat een heel fraai plaatje, zo geel op geel. Gele kwikstaarten zoeken hun eten op hooiland met begrazing, maar broeden vooral op akkers zoals graanvelden.

Gele kwikstaarten wippen de staart regelmatig met felle schokkende bewegingen op en neer. 'Gele kwikken' hebben een onstuimige balts, met trillende veren fladdert het mannetje boven het vrouwtje of loopt steeds rondjes om haar heen

Man gele kwikstaart heeft een duidelijke gele keel en borst in prachtkleed. Blauwgrijze kop met brede witte wenkbrauwstreep, gele onderdelen en olijfgroene bovendelen. Spitse snavel van een insecteneter en een 'kwikkende' staart. Heeft een kenmerkende korte roep die hij in de vlucht laat horen.

Broedt van eind april tot in juli. Heeft doorgaans één of twee legsels met meestal 4-6 eieren. Broedduur: 12-14 dagen. De gele kwikstaart maakt zijn nest goed verstopt op de grond. De jongen blijven 10-13 dagen op het nest. Daarna kunnen ze binnen enkele dagen goed vliegen. Gele kwikstaarten trekken in zuidelijke tot zuidwestelijke richting weg om via Frankrijk en het Iberisch Schiereiland naar Afrika te vliegen. De meeste gele kwikstaarten overwinteren in het Sahelgebied. Doortrekkers in Nederland te zien vanaf eind maart tot in mei, in het najaar vanaf half augustus tot eind september. Gele kwikstaarten trekken overdag in groepen.

5. (21 mei 2025): Fazanten komen in de meest uiteenlopende gebieden voor, maar hebben een voorkeur voor een vochtige biotoop van ruigte met open land en de nodige structuurvariatie. Slootkanten en greppels, rietkragen, gronddepots, houtwallen en singels met voldoende dekking zijn favoriet.
De fazant komt ook voor in bosgebieden echter aan een parklandschap met veel struweel geeft de fazant zijn voorkeur. Op begroeide akkers in het agrarische gebied doet de fazant het goed. Fazanten zijn hoenderachtigen, geïntroduceerd in west Europa door de romeinen aan het begin van onze jaartelling. De mannetjes zijn kleurrijk en de vrouwtjes hebben een lichtbruine schutkleur en vallen daardoor tijdens het broeden nauwelijks op. De in Nederland voorkomende fazanten zijn voornamelijk mengvormen tussen verschillende ondersoorten, afkomstig uit gebieden die zich uitstrekken van de Kaukasus via China tot in Japan. Er zijn hanen met een zwarte hals met een witte halsring. Aan de achterzijde van de kop heeft de haan twee pluimen en aan zijn poten sporen. Bij jonge hanen zijn deze klein, bij oudere hanen groot. De hanen hebben een lengte van 80 cm, inclusief een tot 45 cm lange, uit achttien pennen bestaande staart. De hen is met 60 cm een stuk kleineren waarvan een staart van ca 25 cm. De fazant heeft korte ronde vleugels van ongeveer 25 cm. Het gewicht van een haan bedraagt gemiddeld 1400 en van een hen 1200 gram.
In de baltstijd kunnen de hanen enorm met elkaar vechten. De naakte huid van kop en hals zwelt dan op en vormt felrode hanenkammen, lellen en “rozen” genaamd.

Fazanten zijn overdag actief. Roesten (slapen) doen fazanten in groepen, het liefst in bomen of struiken en als die er niet zijn, op een beschutte plek op de grond. De fazant is een echte loopvogel die grote afstanden kan afleggen op zoek naar voedsel. Rent liever naar de dekking dan dat hij opvliegt. Besluit een fazant om toch te gaan vliegen dan kan hij dit verbazend goed. Fazanten leven meestal in groepen. In de winter zijn dat groepen van drie of vier hanen met meerdere hennen. Iedere haan heeft tijdens de paartijd een eigen baltsplaats, waarop zich meestal enige hennen bevinden. Rivalen worden dan niet geduld. In het veld is de aanwezigheid van fazanten al snel duidelijk door de schorre kreet van de hanen waarmee het territorium wordt aangegeven.

De fazanthaan bakent in het voorjaar zijn territorium af. Weersafhankelijk begint de balts al in februari of maart. Dit paringsgedrag (baltsen) vindt meestal s ’morgens vroeg of in de late namiddag plaats. Afhankelijk van de populatiegrootte heeft de fazantenhaan 2 à 3 hennen om zich heen. De hen maakt, als grondbroeder, haar nest in hoog gras of ruige begroeiing, waarin ze 8 tot 12 olijfgroene eieren legt. Fazanten kuikens zijn nestvlieders en eten de eerste twee weken voornamelijk insecten. Tijdens de kuikenperiode is langdurig regenachtig weer, slecht voor de overlevingskans. Na 2 à 3 maanden zijn de kuikens zelfstandig en na een jaar

6. (21 mei 2025) Kleine karekiet: Egaal gelig bruin van boven, vuilwit van onderen, verder eigenlijk geen expliciete kenmerken. Een relatief lange snavel is een hulp om hem te onderscheiden van de zeer gelijkende bosrietzanger. Geen verschil tussen mannetje en vrouwtje.

De kleine karekiet is een echte moerasbewoner. De markante, krassende zang is te horen in de meeste rietstroken. De voorkeur van deze onopvallende bruine vogel gaat uit naar rietlanden, die met de stengels in ondiep water staan. In goede broedgebieden, zoals de laagveenmoerassen in Nederland, kunnen kleine karekieten in kolonies broeden.

Zingt vanaf half april tot eind juli. Broedt van mei tot eind juli/augustus. Het nest wordt voornamelijk door het vrouwtje gebouwd. Ze weeft een diep komvormig nest tussen rietstengels, waarin doorgaans 4 eieren worden gelegd. Het nest is één van de meestgebruikte door de koekoek om haar ei in te leggen. Broedduur 11-14 dagen. Jongen zitten 9-13 dagen op het nest. Na het uitvliegen worden ze nog een tijdje verzorgd door de ouders.

De kleine karekiet is een lange-afstandstrekker die overwintert ten zuiden van de Sahara, tot in Zambia, West-Europese populaties in West-Afrika. Een enkeling steekt niet de Sahara over en blijft in Zuid-Frankrijk, het Iberisch Schiereiland, en van Marokko tot het Arabisch schiereiland. Al vanaf eind juli begint de trek, de piek ligt in augustus; trek tot begin oktober. Terugtrek van april-juni. Nachttrekker.

Hier begint de Nieuwdammerdijk.

7. (15 augustus 2025): De grutto is een bijzondere vogel die je vaak in de Nederlandse polders tegenkomt. Hij staat bekend om zijn lange poten en snavel, wat hem perfect maakt voor het leven in natte weidegebieden. Deze vogel speelt een cruciale rol in het ecosysteem door insecten, zoals langpootmuggen, uit de bodem te pikken. Zijn geluid, een melodieuze roep, markeert de start van het broedseizoen in het voorjaar. De grutto is niet zomaar een vogel, hij is uitgeroepen tot de nationale vogel van Nederland. Dit benadrukt zijn belang voor het Nederlandse natuurlandschap en de noodzaak om hem te beschermen.

Je herkent deze vogel aan zijn lange poten en snavel. Ze leven in natte weilanden waar ze hun eieren leggen.

De grutto is een opvallende vogel. Hij heeft lange poten en een lange nek. Zijn verenkleed is vooral bruin met zwart-witte strepen. Deze kleuren helpen de grutto om goed te camoufleren in het gras van de Nederlandse polders. De grutto heeft ook een opvallende snavel. Deze is lang en licht gebogen, perfect om insectjes en andere prooien uit de grond te trekken.

In het broedseizoen zie je de grutto’s vaak paren. Mannetjes maken indruk op vrouwtjes door hun prachtige geluid. Het geluid van de grutto klinkt als een melodieuze roep die je in het voorjaar vaak hoort. Jonge grutto kuikens zijn nog klein, maar ze groeien snel. Het is fantastisch om deze vogel in het wild te zien.

Tijdens de paring maken ze gebruik van prachtige dansrituelen. Het vrouwtje legt 4 tot 5 eieren per legsel, die een groenige kleur hebben met donkere vlekken. Zodra de eieren zijn gelegd, beginnen beide ouders met broeden. Ze beschermen hun nest tegen indringers. Na ongeveer 25 dagen komen de kuikens uit het ei. Deze jonge grutto’s kunnen snel lopen en zelf voedsel zoeken. Hun eerste weken zijn cruciaal voor overleving. Jouw inspanningen om hun leefgebieden te beschermen, kunnen een groot verschil maken voor deze prachtige weidevogel.

De grutto zoekt zijn voedsel in natte graslanden en modderige gebieden. In de polders vindt deze weidevogel wormen, insecten en kleine ongewervelden. Die vormen een belangrijke bron van voedingsstoffen, vooral voor de kuikens. De habitat van de grutto is cruciaal voor zijn voortbestaan. Hij broedt graag in open velden met kort gras. Deze vogel heeft veel ruimte nodig om zich veilig te voelen. Daarom zijn goed beheerde leefgebieden essentieel.

De grutto is niet alleen een bijzondere vogel in Nederland, maar ook in andere delen van Europa. Deze weidevogel komt voor in landen zoals Duitsland, Frankrijk en zelfs delen van Scandinavië. In het voorjaar trekken grutto’s naar hun broedgebieden. Je kunt ze dan vaak zien in de natte weilanden en polders.

Even bijzonder is tuindorp Nieuwendam,  rond 1925 gebouwd om de arbeiders van de scheepswerven te huisvesten in een prettige omgeving. Het tuindorp is ook een rijksmonument en een mooi voorbeeld van de Amsterdamse school, waarin elementen van de Waterlandse houtbouw zijn opgenomen. 

Achter de dijk een achterpad en kleine steegjes. Hier ligt nog een oud stukje dorp met monumentale huizen in tuinen waarin de rozen prachtig bloeien. (Nieuwdammer Molenpad).

Brede Kerkepad

8. (25 oktober 2025) Wulp: De wulp is de grootste van de steltlopers in West-Europa. Eenvoudig te herkennen aan de lange kromme snavel die naar beneden afbuigt. De snavel van het vrouwtje is langer dan die van het mannetje en kan tot 15 cm lang zijn. Ezelsbruggetje: een wulp wijst naar zijn gulp. De vogel is vrijwel geheel lichtbruin met kleine donkerbruine streepjes die vanaf de kop richting staart groter worden. Een lichte, vage oogstreep. In vlucht zijn de lichte ondervleugels zichtbaar. Eigenlijk alleen te verwarren met de in augustus doortrekkende regenwulpen, die echter kleiner en donkerder zijn en een duidelijke koptekening hebben. 

Grootte:50-60 cm, spanwijdte 80-100 cm

Komt zowel in natte als in droge biotopen voor, in duin-, heide- en veengebieden. Is bezig zich te verplaatsen van dichtere biotopen in natuurgebieden naar open agrarische landschappen, zowel graslanden als akkers. Inmiddels verdwenen uit de Hollandse duinen.

Voorkomen:De wulp komt in heel Eurazië voor, maar heeft het overal moeilijk. De Nederlandse populatie is sinds 1990 met ruim 60% afgenomen. BFVW-ers melden in Fryslân zo’n 40 broedparen per jaar in vooral agrarisch gebied. De Nederlandse wulpen trekken grotendeels weg naar Engeland en Zuidwest-Europa. Ze worden vervangen door vogels uit noordelijkere gebieden die in de winter langs de gehele kust, maar vooral in het Waddengebied te vinden zijn. In Fryslân ook in grote groepen op weilanden in de kuststreek. Ook in de kustgebieden van Afrika overwinteren groepen. Grootste populaties in Engeland en Finland, Nederland staat op plaats vier van voor wulpen belangrijke landen.

De wulp is een grondbroeder, die net als de bekende weidevogels een nestkuiltje in de grond maakt en daarin vier eieren legt. Voortplanting:Het mannetje vliegt in de baltstijd in een kort boogje op en zweeft dan met gespreide vleugels weer naar beneden, ondertussen klinkt voortdurend zijn zang. Man en vrouw zijn tijdens broedseizoen monogaam en broeden beiden. Na zo’n 28 dagen komen de kuikens uit het ei, ze zijn nestvlieders en worden vooral door vader beschermt. Moeder vertrekt al vroeg naar Frankrijk of Engeland om daar te ruien. Na nog eens ca. 35 dagen zijn de jongen vliegvlug.

Voedsel: Van schelpdieren tot regenwormen en (larven van) insecten. Vrouwtje zoekt vooral in waddengebieden naar krabben en pieren. Krabbetjes worden bij het lijf gepakt en net zo lang heen en weer geschud tot alle pootjes afgevallen zijn, vervolgens gaat het lijfje in zijn geheel naar binnen. Mannen zoeken vaker op graslanden naar wormen en andere bodemdieren. 

Familie: Strandlopers en snippen 

9. (1 april 2026) witte kwikstaart:Je ziet hem vaak langs de waterkant, met zijn vrolijke zwart-witte verenkleed. De witte kwikstaart (Motacilla alba alba), een bezige bij van de vogelwereld, is een graag geziene gast in onze tuinen en parken. Hij beweegt voortdurend, springt van steen naar steen, zwaait met zijn lange staart, en zoekt met scherpe ogen naar insecten. De witte kwikstaart is niet alleen een kleurrijke verschijning, maar ook een echte acrobatische danser. Hij beweegt met een vloeiende gratie, constant in beweging. De staart is een belangrijk kenmerk: lang, zwart en wit getekend, en hij beweegt voortdurend op en neer. Dit is de reden waarom hij de naam “kwikstaart” heeft gekregen. 

De beste kans om de witte kwikstaart te spotten is langs waterlopen, zoals rivieren, beekjes en vijvers. Ook in parken en tuinen met voldoende groen is hij vaak te zien.

De witte kwikstaart is een standvogel in Nederland, wat betekent dat hij hier het hele jaar door te vinden is. De beste periode om hem te spotten is in de lente en zomer, wanneer hij volop bezig is met het zoeken naar voedsel voor zijn jongen.

De witte kwikstaart broedt tussen april en augustus. Ze heeft meestal twee tot drie legsels per jaar, bestaande uit vijf tot zes lichtgrijze eieren met lichtbruine vlekjes. Het nest wordt zorgvuldig gebouwd in holtes, vaak gemaakt van twijgen, gras en bladeren. In tuinen kiest ze vaak voor muurgaten, oude zwaluwnesten of houtstapels. Soms maakt ze gebruik van open nestkasten.

De witte kwikstaart voedt zich voornamelijk met kleine vliegen en andere vliegende insecten. Ze jaagt actief in de buurt van waterlopen, waar deze prooien overvloedig aanwezig zijn. Haar dieet is essentieel voor haar energiebehoefte, vooral tijdens het broedseizoen en migratie.